Notice: Undefined index: HTTP_COOKIE in /home/meeuse/domains/ripepublishing.com/public_html/libraries/joomla/session/session.php on line 430
Algemeen
Webdesign by newIP


PDF Afdrukken E-mail

Ds. Meeuse maakt alternatief koningslied

Ds. C. J. Meeuse heeft een alternatief koningslied geschreven. De dichter en predikant van de gereformeerde gemeente te Goes gebruikte de melodie van ”Dankt, dankt nu allen God” als uitgangspunt.

Ds. Meeuse maakte eerder een eigen berijming voor de 150 psalmen.

De tekst van het alternatieve koningslied is in een fraaie opmaak te vinden op de site van uitgeverij Ripe Publishing.

Bron: Reformatorisch Dagblad, 22 april 2013

 

 
PDF Afdrukken E-mail

Tijdpreek ds. Mijnders

Het lectuurfonds Lectori Salutem heeft ter gelegenheid van de troonswisseling een brochure met een tijdpreek uitgegeven. De preek is van de hand van ds. J. Mijnders, emeritus predikant van de Gereformeerde Gemeenten. Tekst van de preek is Hebreeën 2:9a: „Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” De preek heeft als thema ”Het kroningsfeest van Koning Jezus”. De predikant uit Barendrecht spreekt aan het einde van de preek de wens uit dat „voor ons vorstenhuis de toekomst staan mag in dit teken: „Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.””

De preek is goed te lezen in kerkdiensten op een van de zondagen kort voor de inhuldigingsplechtigheid. De brochure kost 2 euro en is te bestellen bij Lectori Salutem te Nieuwdorp en via ripepublishing.com.

 

Bron: Reformatorisch Dagblad, 14 maart 2013

 
Afdrukken E-mail

Koorbewerkingen bij psalmen van ds. Meeuse

 

VEENENDAAL – Muziekuitgeverij Proza Musica uit Veenendaal komt met psalmbewerkingen voor gemengd koor op de berijming van ds. C. J. Meeuse.

Vorig najaar verscheen de psalmberijming van ds. C. J. Meeuse, predikant van de gereformeerde gemeente in Goes. Dat was aanleiding voor Kees Proos van Proza Musica om, in overleg met de uitgever van de berijming, 25 nieuwe psalmbewerkingen voor gemengd koor te laten maken: ”Psalmen, een blijvende inspiratiebron”.

In de bundel is de muziek voorzien van de teksten van zowel de Statenberijming van 1773 als de berijming van ds. Meeuse. Een paralleleditie.

De 25 bewerkingen worden geschreven door Roelof Elsinga (Psalm 8, 35, 87, 100 en 122), Johan van Oeveren (Psalm 2, 19, 33, 47 en 121), Dick Sanderman (Psalm 6, 42, 86, 119 en 149), Evert van de Veen (Psalm 3, 22, 75, 99 en 130) en Martin Zonnenberg (Psalm 25, 43, 116, 136 en 139). De bewerkingen zijn gevarieerd qua stijl en opzet (3- of 4-stemmig, a capella, met zelfstandige begeleiding van onder andere fluit, hobo, harp of orgel).

De bundel (ca. 100 blz; ca. € 20,-) zal ca december dit jaar op de markt verschijnen.

 

Klik hier voor meer informatie en voorintekening.

 

Bron: www.refdag.nl, 2 februari 2012

 
PDF Afdrukken E-mail

 

Zingt psalmen tot de HEEREN lof

 

De psalmen zijn de eeuwen door voor de Kerk een bron van troost geweest. Tegelijk is het psalmboek een gebedenboek. De reformator Calvijn zei al dat psalmzingen eigenlijk bidden is. Van de grote Geneefse reformator is ook de uitspraak dat er 'geen betere noch bekwamere gezangen gevonden kunnen worden dan de Psalmen Davids, dewelke hem de Heilige Geest voorgelezen, ende Zelve gemaakt heeft'.

 

In het schitterende boekwerk Davids soete lier, ons nagelaten door de neerlandicus drs. A. Ros (1946-2010), en dat in De Saambinder uitvoerig besproken is, is een indrukwekkend overzicht gegeven van alle Nederlandse psalmberijmingen uit een periode van vijf eeuwen. In totaal heeft Ros 75 Nederlandse psalmberijmingen weten op te sporen en ik geloof, hem gekend hebbende, dat hij er niet veel over het hoofd gezien zal hebben.
Die lange lijst begint met de Souter Liedekens door Willem van Zuylen van Nijeveld (Antwerpen, 1540) en ze eindigt met de Psalmen door Jo Adriaanse (Meliskerke 2004). Inmiddels kunnen we er een psalmberijming aan toevoegen en wel die van ds. C.J. Meeuse, sinds 2006 verbonden aan onze gemeente te Goes. Al vele jaren is onze geliefde broeder met de berijming der psalmen bezig geweest. Hij wordt dan ook al genoemd als vervaardiger van een aantal psalmberijmingen in het boek van Ros.

Het is niet eenvoudig een goede psalmberijming samen te stellen. Enerzijds moet je dichter zijn. Een dichter die rekening houdt met de regels van de verstechniek en levensoriginaliteit bezit. Anderzijds moet je een kundig theoloog zijn, die rekening houdt met de Hebreeuwse grondtekst en die onverdacht is betreffende de gereformeerde waarheid. Sprekende voorbeelden van predikant-dichters die beide elementen in zich hadden, waren Philips van Marnix van Sint-Aldegonde (1540-15911) en Jacobus Revius (1586-1658).

Wanneer u de psalmen van Marnix legt naast die van Meeuse kunt u vrij eenvoudig de overeenkomsten vaststellen. Toch is ds. Meeuse erin geslaagd een eigen accent aan de psalmbundel te geven. Zeer belangrijk en positief te waarderen is het feit dat hij zo dicht mogelijk bij de verwoording van de Psalmen in de Statenvertaling blijft. Marnix kon dat nog niet doen, omdat de Statenvertaling er in zijn dagen nog niet was. Marnix richtte zich rechtstreeks op de Hebreeuwse tekst.

Meeuse heeft zich in zijn berijming vooral laten leiden door de berijming van Marnix. Toen hij daar vijfendertig jaar geleden mee begon, werd het hem al snel duidelijk dat hij daarbij veel spreekwijzen van Marnix niet meer kon gebruiken. Daarom is het volgens Meeuse zelf geen herdichting van de psalmberijming van Marnix. Wel heeft hij de berijming van Marnix zoveel mogelijk gebruikt, inclusief de rijmschema's.

In zijn Verantwoording geeft ds. Meeuse aan dat deze bundel in de eerste plaats bedoeld is voor huiselijk gebruik en voor gebruik op bijvoorbeeld psalmzangavonden: 'Het zou in strijd zijn met de bedoeling van deze psalmberijming als er een onheilige twist over zou ontstaan.' We zijn blij dat ds. Meeuse dit zelf opmerkt. We zitten in onze gezindte immers niet te wachten op een nieuwe twistappel na de komst van de Herziene Statenvertaling. Het merendeel van onze gemeenten gebruikt de berijming van
1773. En ondanks de bezwaren die natuurlijk ook tegen deze berijming opgesomd kunnen worden, is die ons liefgeworden. Om het met de woorden van ds. Meeuse zelf te zeggen: 'Hij wil ze ook niet kwijt, zingt eruit, leeft erbij en citeert ze in zijn preken.'

Het valt niet mee bij het vervaardigen van een psalmberijming als deze (waarbij steeds ook gerichtheid moet zijn op de melodie) te ontkomen aan het gebruik van stoplappen en aan rijmdwang. Daaraan is ook onze broeder niet geheel ontkomen. Dat nemen we hem echter niet kwalijk, het is immers een hele prestatie een bundel als deze te produceren. We hopen van harte dat deze mooie en deskundig samengestelde berijming een goede ingang mag vinden voor het doel waarvoor de auteur ze geschreven heeft, namelijk huiselijk gebruik en bijvoorbeeld voor onze koren en psalmzangavonden. Psalmen behoren gezongen te worden, maar ook het lezen en overdenken van deze bundel kan al tot stichting zijn. Het moge bovenal zijn tot Gods eer, zoals ook het derde vers van Psalm 30 uit de bundel van ds. Meeuse weergeeft:

 

Zingt psalmen tot des HEEREN lof;
Gods gunst verschaft u juichensstof.
U, door Zijn goedheid nu bevrijd:
gedenkt met lof Zijn heiligheid!
Zijn toorn mag u dan kort doen beven,
maar in Zijn gunst is eeuwig leven.

 

N.a.v. "Psalmen en enkele gezangen" (berijming door ds. CJ. Meeuse); uitg, Ripe Publishing, Nieuwdorp/Nunspeet, 2011; 352 blx.; € 17,95 (excl. verzendkosten); ook bij de boekhandel verkrijgbaar.

 

Dirksland, ds. J. Schipper

 

Bron: De Saambinder, 12 januari 2012

 
PDF Afdrukken E-mail

 

Zuivere vertolking van Bijbelse psalmen

 

Een psalmberijming maken die zo zuiver mogelijk vertolkt wat er in de Bijbelse psalmen te vinden is - dat wilde ds. C. J. Meeuse. "Mijns inziens staat of valt daarmee de waarde van een psalmberijming." Na 35 jaar arbeid verschijnt de psalmbundel deze maand.
 
Jaco van der Knijff

 

Het begon 35 jaar geleden met een poging om de psalmberijming van Marnix van Sint Aldegonde voor deze tijd toegankelijk te maken. "Toen ik die berijming in bezit kreeg, sprak de zeggingskracht ervan me bijzonder aan", aldus ds. Meeuse, predikant van de gereformeerde gemeente in Goes. "Als het gaat om psalmberijmingen in onze traditie, ben ik aan die van Marnix het meest verknocht."

Deze berijming -waarvan de eerste versie in 1580 verscheen en de laatste in 1617- is volgens de predikant "kunstiger" dan die van Petrus Datheen uit 1566, destijds in gebruik bij de Gereformeerde Kerk. "Het was ook een geestelijk rijke berijming, uit de grondtaal." Toch moest ds. Meeuse het idee van herdichting loslaten. "Woordgebruik en stijl zijn in onbruik geraakt en voor de meeste mensen onbegrijpelijk geworden. De taalkloof is zeker zo groot als bij de berijming van Datheen, zo niet groter. Denk alleen al aan het gebruik van het woord "du" als aanspraak voor God!"

Geen herdichting dus. Wel maakte de Goese predikant zo veel mogelijk gebruik van Marnix' psalmen, en regelmatig ook van diens rijmschema. Maar hij benadrukt dat hij de berijming bewust niet op Marnix' naam heeft gezet, om diens eigenheid te respecteren. "Ik wil de verantwoordelijkheid voor alle spreekwijzen dragen."

In zijn psalmberijming (uitgegeven bij Ripe Publishing) voegt ds. Meeuse na de 150 psalmen, naar voorbeeld van Marnix, zeven gezangen toe: eerst de Tien Geboden en de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon, op de gebruikelijke melodieën. Dan volgen de "Lofzang van de engelen" (op de melodie van Psalm 105), het "Gebed des Heeren" (op de melodie van Psalm 23) en "De twaalf artikelen" (eveneens op de melodie van Psalm 23).

Marnix had in zijn latere edities ook een heel aantal oudtestamentische lofzangen opgenomen. Daarmee is ds. Meeuse momenteel bezig. De lofzang van Hanna (1 Sam. 2), op de melodie van de lofzang van Maria, rondde hij onlangs af. Hij hoopt de lofzangen nog eens afzonderlijk uit te geven.

De predikant is zelf vertrouwd met de psalmen in de berijming van 1773: hij zingt eruit, leeft erbij, citeert ze in zijn preken, wil ze zelf niet kwijt en wil ze ook niemand afpakken. "Laat niemand denken dat hier een poging gedaan wordt om iemand zijn geliefde psalmverzen te ontnemen." Waarom dan toch deze nieuwe berijming? "Ze is ontstaan uit liefde tot de Bijbelse psalmen en uit een begeerte zo zuiver mogelijk te vertolken welke boodschap daarin te vinden is."

Daarin schuilt dan toch de kritiek op de berijming van 1773. Als voorbeeld noemt ds. Meeuse de kwestie "Heer". In 1773 is afgesproken bij voorkeur niet "Heere" of "HEERE" te gebruiken, maar "Heer". Vandaar dat in Psalm 25:2 "Heer, ai maak mij Uwe wegen" staat, in plaats van "Heere, maak mij Uwe wegen". Door nu zelf alleen gebruik te maken van "HEERE" en "Heere" neemt ds. Meeuse bewust afstand van dit gebruik in de berijming van 1773.

Verder sluit hij zich qua melodie en strofeaantal aan bij de indeling die Datheen, Marnix en ook 1773 overnamen van het psalmboek van Genève. "Het zou verwarring veroorzaken als ik daarvan af zou wijken, zoals de nieuwe berijming van 1967 wél gedaan heeft."

Hoe beknottend werkt zo'n van tevoren vaststaand stramien voor een dichter die de boodschap van de psalmen "zo zuiver mogelijk" wil vertolken? Ds. Meeuse: "Dat bepaalde vormen je beknotten, kan juist positief zijn. De vormen dwingen je te worstelen met de taal, om binnen de beperkte mogelijkheden de boodschap te formuleren. Krijg of neem je de ruimte, dan heb je eerder de neiging om er een eigen richting mee in te slaan. Ik vond daarom zo'n beknotting niet erg. Graag heb ik bij het dichten willen dienen en niet willen heersen, tot op het terrein van de vormen toe."

Van de predikanten die aan de berijming van 1773 werkten is bekend dat ze vooral met de tekst bezig waren, en niet met de (ritmische) melodie. Vandaar dat een aantal van deze psalmen ritmisch niet goed loopt. Hoe is ds. Meeuse, die zijn psalmen ritmisch noteert, daarmee omgegaan? "Bij het dichten heb ik voortdurend de melodie in gedachten gehad. We zongen in het gezin elke berijming altijd als die gereed was. Ik wilde graag dat de tekst goed bij de melodie paste. Wel hebben mijn begeleiders soms toch nog een correctie voorgesteld om de klemtoon zo te krijgen dat deze nog beter bij de melodie paste; meestal gaf ik daaraan gehoor. De berijming wordt immers gegeven om gezongen te worden."

Ds. Meeuse benadrukte al eerder dat hij met zijn psalmberijming op geen enkele manier onrust wil zaaien. "Laat mijn berijming maar naast die van 1773 staan." Zijn bundel is dan ook in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in de gezinnen, op de zangverenigingen en tijdens psalmzangavonden. Want zijn zorg is dat de psalmen verdrongen worden door anderen liederen, zeker "als die doordrenkt zijn van remonstrantisme." Goede geestelijke liederen zijn volgens de predikant weliswaar waardevol -"laat die gezongen worden"-, maar aan de psalmen moet de eerste plaats gegeven worden. "Want dan zingen we wat God ons in de mond legt en in het hart." Vandaar de hoop die hij uitspreekt ten aanzien van deze psalmberijming: "Dat ze allereerst dienen zal om het zingen van de psalmen weer tot een goede gewoonte te maken."

 

Bron: Reformatorisch Dagblad, 15 oktober 2011

 

 
PDF Afdrukken E-mail

 

Ds. C.J. Meeuse: “Ik wil met mijn berijming geen onrust zaaien”

GOES – Dat de aankondiging van het gereedkomen van zijn psalmberijming komt terwijl er binnen de gereformeerde gezindte gediscussieerd wordt over de „zingbaarheid” van de berijming van 1773, is geen opzet, zegt ds. C. J. Meeuse.

De Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk meldde onlangs dat hij een interkerkelijke commissie heeft ingesteld die de „zingbaarheid” van de berijming van 1773 gaat onderzoeken. In reactie op dat bericht riep de hersteld hervormde predikant ds. M. van Reenen op de opiniepagina van deze krant ertoe op om de discussie over de psalmberijming breed te voeren, omdat die de hele gezindte raakt.

Ds. Meeuse benadrukt dat er voor hem geen enkel verband is tussen een en ander. „Al in het voorjaar heb ik de laatste psalmen gedicht, nu komt de uitgever met de aankondiging van de uitgave. Ik kan het ook niet helpen dat er juist de laatste tijd een paar artikelen in de krant hebben gestaan over de mogelijk herziening van de berijming van 1773.”

 

Wat is het doel van de uitgave van uw psalmberijming?

„Dit is iets waar ik al 35 jaar mee bezig ben. Ik raakte geboeid door de psalmberijming van Marnix van Sint-Aldegonde uit 1617. Die is zo mooi, Bijbels en van een grote taalrijkdom. Eigenlijk zou je die psalmen moeten gebruiken. Maar dan loop je ertegen aan dat zijn taal niet meer begrepen wordt in onze tijd. Toen ben ik in verloren ogenblikken met behulp van Marnix’ teksten zelf gaan dichten, waarbij ik nauw wilde aansluiten bij de Statenvertaling. Mijn doel is het gebruik in gezinnen en op zangverenigingen, wat ook al gebeurt hier en daar. Zelf zingen we in ons gezin deze psalmen ook.”

 

Er leven bezwaren tegen de berijming van 1773. Zijn uw psalmen geen goed alternatief?

„Ik zet mijn berijming op geen enkele manier op de markt vanuit de gedachte: weg met 1773. De bezwaren tegen die berijming ken ik en onderschrijf ik ook. Maar tegelijk zijn velen met mij geestelijk vergroeid met deze psalmen. Die moet je niet wegschuiven. Ik ben geen voorstander van een herziening van 1773, net zomin ik een voorstander van de Herziene Statenvertaling ben. Ik weet hoeveel een dergelijke aanpassing of vervanging zou teweegbrengen. Ik wil geen onrust zaaien. Laat mijn berijming maar naast die van 1773 staan.”

 

Stel dat de synode van uw kerkverband de invoering van uw psalmen op de agenda zou zetten.

„Dat zou ik natuurlijk niet tegenhouden. Maar ik acht daar de tijd niet rijp voor.”

 

Marnix heeft naast zijn psalmen een groot aantal Bijbelse lofzangen. Wat doet u daarmee?

„Daar ben ik nog mee bezig. Ik ga ze niet allemaal berijmen. De Tien Geboden en het Gebed des Heeren zijn bij hem anders dan we gewend zijn, daar sluit ik me bij aan. Van de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon zijn mijn berijmingen al verschenen. Over de geloofsbelijdenis aarzel ik nog, omdat ik nog geen melodie heb. Marnix heeft ook een berijming van het ”Ere zij God”, maar ook daarvoor heb ik geen melodie. Ik kom dus uit bij de zes gezangen die in de Dordtse Kerkorde genoemd worden.”

 

Bron: Reformatorisch Dagblad, 17 juni 2011